node
bijwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈnodəBetekenis
- terwijl er veel behoefte aan was
Hoe spreek je node uit?
/ˈnodə/
Node bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| o | boot |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van noden
Vervoeging van node
nodehele werkwoord
Woordvorm
- datief vrouwelijk van nood
Herkomst
van Middelnederlands node, op te vatten als nood zn met de uitgang -e, als bijwoord van modaliteit: ‘onwillig’ aangetroffen vanaf 1240