mode
zelfstandig naamwoord /ˈmodə/Betekenis
- de smaak waarin kleding en andere zaken op een moment het meest gewaardeerd worden
- manier, wijze, wijze waarop iets wordt gedaan/uitgevoerd
- toonaard, toonsoort, toonladder
- mode, smaak, de in een zekere periode gangbare wijze van kleden etc.
Hoe spreek je mode uit?
/ˈmodə/
Mode bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- de smaak waarin kleding en andere zaken op een moment het meest gewaardeerd worden in principe van voorbijgaande aard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| modes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘trend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1574
Woordfamilie van mode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| modes | meervoud | mode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mode zijn vastgelegd.