coda
zelfstandig naamwoord ˈkodaBetekenis
- het deel van een muzikale compositie dat zich na de climax van het stuk afspeelt, ofwel de eindsectie van een compositie aanduidt
- aan een sonnet toegevoegde regel of strofe
- staart
- file
Hoe spreek je coda uit?
/ˈkoda/
Coda bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| d | dak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| coda's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘resumerend slot van muziekstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1772
Woordfamilie van coda
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coda's | meervoud | coda |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coda zijn vastgelegd.