diode
zelfstandig naamwoord di'jodəBetekenis
- elektronenbuis of halfgeleider die de elektriciteit maar in één richting geleidt
Hoe spreek je diode uit?
/diˈjodə/
Diode bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dioden, diodes | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘buis met twee elektroden’ voor het eerst aangetroffen in 1937
Woordfamilie van diode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dioden | meervoud | diode |
| diodes | meervoud | diode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diode zijn vastgelegd.