bloemen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈblumə(n)Betekenis
- bloemig (kruimelig) worden (aardappelen)
Hoe spreek je bloemen uit?
/ˈblumən/
Bloemen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| u | boek |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bloemen
bloemenhele werkwoord — bloemdeverleden tijd enkelvoud — bloemdenverleden tijd meervoud — gebloemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bloem | bloemde |
| jij | bloemt | bloemde |
| hij, zij, het | bloemt | bloemde |
| wij | bloemen | bloemden |
| jullie | bloemen | bloemden |
| zij | bloemen | bloemden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloem | gebiedende wijs |
| bloemde | verleden tijd |
| bloeme | aanvoegende wijs |
| bloemend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebloemd | verleden tijd, deelwoord |
| gebloemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebloemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebloemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebloemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebloemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebloemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebloemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebloemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebloemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bloemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebloemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bloemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebloemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bloemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bloemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebloemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bloem
Herkomst
ww: afgeleid van bloem zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bloemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloemde | verleden tijd | bloemen |
| bloemden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bloemen |
| bloeme | aanvoegende wijs | bloemen |
| bloemend | onvoltooid deelwoord | bloemen |
| bloemende | woordvorm | bloemen |
| bloemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bloemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloemen zijn vastgelegd.