stressen
werkwoord ˈstrɛsə(n)Betekenis
- ~ over: zich zorgen maken over iets en daarom geagiteerd zijn
Hoe spreek je stressen uit?
/ˈstrɛsən/
Stressen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stressen
stressenhele werkwoord — stresteverleden tijd enkelvoud — strestenverleden tijd meervoud — gestrestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stres | streste |
| jij | strest | streste |
| hij, zij, het | strest | streste |
| wij | stressen | stresten |
| jullie | stressen | stresten |
| zij | stressen | stresten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gestrest | verleden tijd, deelwoord |
| gestrest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestrest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestrest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestrest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestrest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestrest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestrest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestrest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestrest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestrest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestrest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stres | gebiedende wijs |
| stresse | aanvoegende wijs |
| stressend | onvoltooid, deelwoord |
| streste | verleden tijd |
| te hebben gestrest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stressen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stressen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestrest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stressen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stressen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestrest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stressen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Engelse stress met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van stressen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stres | gebiedende wijs | stressen |
| stresse | aanvoegende wijs | stressen |
| stressend | onvoltooid deelwoord | stressen |
| stressende | woordvorm | stressen |
| strest | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stressen |
| streste | verleden tijd | stressen |
| stresten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stressen |
| stresste | woordvorm | streste |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stressen zijn vastgelegd.