blaas
zelfstandig naamwoord, werkwoord blasBetekenis
- een hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof (hiermee wordt in het dagelijks spraakgebruik meestal de urineblaas bedoeld)
- met gas of vocht gevulde holte, een bel
- blaar, huidverwonding.
- blazen
Hoe spreek je blaas uit?
/blas/
Blaas bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| a | maan |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof (hiermee wordt in het dagelijks spraakgebruik meestal de urineblaas bedoeld)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blaasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blaasjes | verkleinwoord, meervoud |
| blazen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blazen
- gebiedende wijs van blazen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blazen
Vervoeging van blaas
blaashele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘urineblaas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van blaas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blaasje | verkleinwoord | blaas |
| blaasjes | verkleinwoord meervoud | blaas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blaas zijn vastgelegd.