bij
zelfstandig naamwoord, bijwoord, voorzetsel /bɛː/Betekenis
- die leven van nectar en honing
- (in het bijzonder) honingbij
- op het actueel|actuele punt, op gelijke hoogte
- met bewustzijn (met als antoniem bewusteloos)
- in de buurt van (meestal in een ondergeschikt|ondergeschikte positie)
- op de plaats behorende tot
- tijdens, gedurende
- op het moment van
- in de omstandigheid van
- in geval van
- door, als gevolg van
- in toestand van
- ergens aan toevoegen
- benaming vliegende insecten uit het geslacht Antophila die leven van nectar en honing
Hoe spreek je bij uit?
/bɛ/
Bij bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor vliegende insecten uit het geslacht Antophila die leven van nectar en honing
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijen | meervoud |
| bijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijtjes | verkleinwoord, meervoud |
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- op het actuele punt, op gelijke hoogte
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] bij | canonical |
voorzetsel
- in de buurt van (meestal in een ondergeschikte positie)
Verbuiging en vervoeging (voorzetsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] bij | canonical |
Herkomst
afkomstig van:
Woordfamilie van bij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijtjes | verkleinwoord meervoud | bij |
| by | feminine, masculine | bij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bij zijn vastgelegd.