wesp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zwart-geel gestreept vliesvleugelig insect dat geen mier of bij is
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Apocrita een zwart-geel gestreept vliesvleugelig insect dat geen mier of bij is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wespen | meervoud |
| wespje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wespjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van wesp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wespen | meervoud | wesp |
| wespje | verkleinwoord | wesp |
| wespjes | verkleinwoord meervoud | wesp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wesp zijn vastgelegd.