bijdragen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbɛidraɣə(n)Betekenis
- iets ~ aan: een aandeel leveren
- geven van geld
Hoe spreek je bijdragen uit?
/ˈbɛidraxən/
Bijdragen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| r | rood |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bijdragen
bijdragenhele werkwoord — droeg bijverleden tijd enkelvoud — droegen bijverleden tijd meervoud — bijgedragenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draag bij | droeg bij |
| jij | draagt bij | droeg bij |
| hij, zij, het | draagt bij | droeg bij |
| wij | dragen bij | droegen bij |
| jullie | dragen bij | droegen bij |
| zij | dragen bij | droegen bij |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bij te dragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal dragen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen dragen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult dragen | bijzin, toekomende tijd |
| bijdraag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijdraagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijdragend | onvoltooid, deelwoord |
| bijdroeg | bijzin, verleden tijd |
| bijdroegen | bijzin, verleden tijd |
| bijgedragen | verleden tijd, deelwoord |
| bijgedragen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgedragen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| draag bij | gebiedende wijs |
| droeg bij | verleden tijd |
| er is bijgedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgedragen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgedragen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgedragen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgedragen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgedragen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgedragen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben bijgedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijdragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijdragen | bijzin, toekomende tijd |
| zal bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijdragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) bijdragen bij zou(dt) dragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijdragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijdragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bijdragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijdragen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bijdragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bijdragen | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal bijdragen bij zult/zal dragen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bijdrage
Herkomst
samenstelling van bij en dragen
Woordfamilie van bijdragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijdraag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijdragen |
| bijdraagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijdragen |
| bijdragend | onvoltooid deelwoord | bijdragen |
| bijdragende | woordvorm | bijdragen |
| bijdroeg | subordinate-clause, verleden tijd | bijdragen |
| bijdroegen | subordinate-clause, verleden tijd | bijdragen |
| bijgedragen | voltooid deelwoord | bijdragen |
| draag bij | gebiedende wijs | bijdragen |
| draagt bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijdragen |
| drage bij | woordvorm | bijdragen |
| dragen bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijdragen |
| droeg bij | verleden tijd | bijdragen |
| droegen bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijdragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijdragen zijn vastgelegd.