Naar de inhoud

bijblijven

zorgen dat men niet achterblijft bij de voortgang van iets

bijblijven

werkwoord

Betekenis

  1. zorgen dat men niet achterblijft bij de voortgang van iets
  2. iemand ~ in de herinnering blijven

Vervoeging van bijblijven

bijblijvenhele werkwoord — bleef bijverleden tijd enkelvoud — bleven bijverleden tijd meervoud — bijgeblevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijf bij bleef bij
jij blijft bij bleef bij
hij, zij, het blijft bij bleef bij
wij blijven bij bleven bij
jullie blijven bij bleven bij
zij blijven bij bleven bij
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te blijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal blijven bijzin, toekomende tijd
bij zou blijven bijzin, voorwaardelijk
bij zouden blijven bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt blijven bijzin, voorwaardelijk
bij zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen blijven bijzin, toekomende tijd
bij zult blijven bijzin, toekomende tijd
bijbleef bijzin, verleden tijd
bijbleven bijzin, verleden tijd
bijblijf bijzin, tegenwoordige tijd
bijblijft bijzin, tegenwoordige tijd
bijblijvend onvoltooid, deelwoord
bijgebleven verleden tijd, deelwoord
bijgebleven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgebleven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bleef bij verleden tijd
blijf bij gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
is bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn bijgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijblijven bijzin, toekomende tijd
zal bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bijgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijblijven bijzin, voorwaardelijk
zou bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) bijblijven bij zou(dt) blijven bijzin, voorwaardelijk
zouden bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijblijven bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijblijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bijblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijblijven bijzin, toekomende tijd
zullen bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bijblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bijblijven bijzin, toekomende tijd
zult bijgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal bijblijven bij zult/zal blijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van bij en blijven

Woordfamilie van bijblijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijbleef subordinate-clause, verleden tijd bijblijven
bijbleven subordinate-clause, verleden tijd bijblijven
bijblijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijblijven
bijblijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijblijven
bijblijve with-subordinate-clause bijblijven
bijblijvend onvoltooid deelwoord bijblijven
bijblijvende woordvorm bijblijven
bijgebleven voltooid deelwoord bijblijven
bleef bij verleden tijd bijblijven
bleven bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijblijven
blijf bij gebiedende wijs bijblijven
blijft bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijblijven
blijve bij woordvorm bijblijven
blijven bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijblijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijblijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijblijven

Wat betekent bijblijven?
Bijblijven is een werkwoord. Het woord betekent: zorgen dat men niet achterblijft bij de voortgang van iets. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijblijven?
Je vervoegt bijblijven als volgt: het voltooid deelwoord is bijgebleven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijblijven is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. B 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijblijven levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. B 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 29 zonder bonus
  12. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijblijven in het kort

bijblijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijblijven zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijblijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijblijven: zorgen dat men niet achterblijft bij de voortgang van iets
Deel bijblijven — standaardnederlands.nl