Naar de inhoud

bijbetalen

een additioneel bedrag betalen

bijbetalen

werkwoord

Betekenis

  1. een additioneel bedrag betalen

Vervoeging van bijbetalen

bijbetalenhele werkwoord — betaalde bijverleden tijd enkelvoud — betaalden bijverleden tijd meervoud — bijbetaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betaal bij betaalde bij
jij betaalt bij betaalde bij
hij, zij, het betaalt bij betaalde bij
wij betalen bij betaalden bij
jullie betalen bij betaalden bij
zij betalen bij betaalden bij
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
betaal bij gebiedende wijs
betaalde bij verleden tijd
bij te betalen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen betalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal betalen bijzin, toekomende tijd
bij zou betalen bijzin, voorwaardelijk
bij zouden betalen bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt betalen bijzin, voorwaardelijk
bij zullen betalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen betalen bijzin, toekomende tijd
bij zult betalen bijzin, toekomende tijd
bijbetaal bijzin, tegenwoordige tijd
bijbetaald verleden tijd, deelwoord
bijbetaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijbetaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijbetaalde bijzin, verleden tijd
bijbetaalden bijzin, verleden tijd
bijbetaalt bijzin, tegenwoordige tijd
bijbetalend onvoltooid, deelwoord
er is bijbetaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijbetaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijbetaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijbetaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijbetaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijbetaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijbetaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijbetaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijbetaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijbetaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijbetaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijbetaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijbetaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijbetaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijbetaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijbetaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijbetaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben bijbetaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijbetalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijbetalen bijzin, toekomende tijd
zou bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijbetalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijbetalen bij zou(dt) betalen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijbetalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijbetaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijbetalen bijzin, voorwaardelijk
zullen bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijbetalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijbetalen bijzin, toekomende tijd
zult bijbetaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijbetalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bijbetalen bijzin, toekomende tijd
zult/zal bijbetalen bij zult/zal betalen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van bij en betalen

Woordfamilie van bijbetalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betaal bij gebiedende wijs bijbetalen
betaalde bij verleden tijd bijbetalen
betaalden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijbetalen
betaalt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijbetalen
betale bij woordvorm bijbetalen
betalen bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijbetalen
bijbetaal subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijbetalen
bijbetaald voltooid deelwoord bijbetalen
bijbetaalde subordinate-clause, verleden tijd bijbetalen
bijbetaalden subordinate-clause, verleden tijd bijbetalen
bijbetaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijbetalen
bijbetale with-subordinate-clause bijbetalen
bijbetalend onvoltooid deelwoord bijbetalen
bijbetalende woordvorm bijbetalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijbetalen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijbetalen

Wat betekent bijbetalen?
Bijbetalen is een werkwoord. Het woord betekent: een additioneel bedrag betalen.
Hoe vervoeg je bijbetalen?
Je vervoegt bijbetalen als volgt: het voltooid deelwoord is bijbetaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijbetalen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. B 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. A 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijbetalen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. B 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. A 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijbetalen in het kort

bijbetalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bijbetalen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijbetalen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijbetalen: een additioneel bedrag betalen
Deel bijbetalen — standaardnederlands.nl