beklijven
werkwoordBetekenis
- voortleven in de herinnering
Vervoeging van beklijven
beklijvenhele werkwoord — beklijfdeverleden tijd enkelvoud — beklijfdenverleden tijd meervoud — beklijfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beklijf | beklijfde |
| jij | beklijft | beklijfde |
| hij, zij, het | beklijft | beklijfde |
| wij | beklijven | beklijfden |
| jullie | beklijven | beklijfden |
| zij | beklijven | beklijfden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beklijf | gebiedende wijs |
| beklijfd | verleden tijd, deelwoord |
| beklijfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklijfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beklijfde | verleden tijd |
| beklijve | aanvoegende wijs |
| beklijvend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beklijfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beklijfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beklijfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beklijfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beklijfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beklijfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beklijfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beklijfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beklijfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beklijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beklijfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beklijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beklijfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beklijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beklijfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beklijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘gedijen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van beklijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beklijf | gebiedende wijs | beklijven |
| beklijfd | voltooid deelwoord | beklijven |
| beklijfde | verleden tijd | beklijven |
| beklijfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beklijven |
| beklijft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beklijven |
| beklijve | aanvoegende wijs | beklijven |
| beklijvend | onvoltooid deelwoord | beklijven |
| beklijvende | woordvorm | beklijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beklijven zijn vastgelegd.