beklimmen
werkwoordBetekenis
- naar de top van iets, zoals een berg, klimmen
Vervoeging van beklimmen
beklimmenhele werkwoord — beklomverleden tijd enkelvoud — beklommenverleden tijd meervoud — beklommenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beklim | beklom |
| jij | beklimt | beklom |
| hij, zij, het | beklimt | beklom |
| wij | beklimmen | beklommen |
| jullie | beklimmen | beklommen |
| zij | beklimmen | beklommen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beklim | gebiedende wijs |
| beklimme | aanvoegende wijs |
| beklimmend | onvoltooid, deelwoord |
| beklom | verleden tijd |
| beklommen | verleden tijd, deelwoord |
| beklommen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beklommen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beklommen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklommen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklommen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklommen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beklommen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beklommen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beklommen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beklommen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beklommen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beklommen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beklommen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beklommen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beklommen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beklommen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beklommen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beklommen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beklommen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beklommen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beklommen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beklommen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beklommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beklimmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beklommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beklimmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beklommen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beklommen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beklommen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beklommen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beklommen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beklommen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beklommen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beklommen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beklommen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beklommen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beklommen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt beklommen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beklimmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult beklommen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beklommen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van klimmen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beklimmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beklim | gebiedende wijs | beklimmen |
| beklimme | aanvoegende wijs | beklimmen |
| beklimmend | onvoltooid deelwoord | beklimmen |
| beklimmende | woordvorm | beklimmen |
| beklimt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beklimmen |
| beklom | verleden tijd | beklimmen |
| beklommen | voltooid deelwoord | beklimmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beklimmen zijn vastgelegd.