barre
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord bɑrBetekenis
- horizontaal rondhout aan de muur voor balletoefeningen
- legger op een brug, gebruikt voor gymnastiekoefeningen
Hoe spreek je barre uit?
/bɑr/
Barre bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
Klinkt hetzelfde als bar.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- elk van de twee evenwijdige leggers van een bepaald toestel voor gymnastiekoefeningen: de brug
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [2] (barren) * | meervoud |
| barres | meervoud |
| barretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| barretjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van bar
Woordfamilie van barre
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| barren | meervoud | barre |
| barres | meervoud | barre |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barre zijn vastgelegd.