autocar
zelfstandig naamwoord ˈɑutoˌkɑrBetekenis
- lang motorvoertuig dat meer dan acht mensen tegelijk kan vervoeren
- voertuig dat door een eigen motor wordt aangedreven
- (langeafstands)bus, touringcar
- autobus, bus, touringcar
Hoe spreek je autocar uit?
/ˈɑutoˌkɑr/
Autocar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑu | koud |
| t | tak |
| o | boot |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een luxe autobus om reizen of uitstappen mee te maken, touringcar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autocars | meervoud |
Herkomst
[1] gelet op de specifieke betekenis wellicht via het Frans autocar aan het Engels ontleend
Woordfamilie van autocar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autocars | meervoud | autocar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autocar zijn vastgelegd.