baby
zelfstandig naamwoord ˈbebiBetekenis
- een mens in de eerste fase van zijn leven
- een klein voorwerp, klein zoals een baby in relatie toe een volwassene, baby-
- zuigeling
- een klein voorwerp, klein zoals een baby in relatie toe een volwassene
Hoe spreek je baby uit?
/ˈbebi/
Baby bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een mens in de allereerste fase van zijn/haar leven na de geboorte, meestal tijdens het eerste levensjaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baby's | meervoud |
| baby'tje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baby'tjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zuigeling’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Woordfamilie van baby
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baby's | meervoud | baby |
| baby'tje | verkleinwoord | baby |
| baby'tjes | verkleinwoord meervoud | baby |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baby zijn vastgelegd.