Naar de inhoud

babysitten

passen op kleine kinderen terwijl de ouders niet aanwezig zijn

babysitten

werkwoord

Betekenis

  1. passen op kleine kinderen terwijl de ouders niet aanwezig zijn

Vervoeging van babysitten

babysittenhele werkwoord

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van babysitten

Vervoeging van babysitten

babysittenhele werkwoord — babysitteverleden tijd enkelvoud — gebabysitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik babysit babysitte
jij babysit babysitte
hij, zij, het babysit babysitte
wij babysitten —
jullie babysitten —
zij babysitten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
babysit gebiedende wijs
babysitte verleden tijd
babysitte aanvoegende wijs
babysittend onvoltooid, deelwoord
er is gebabysit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebabysit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebabysit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebabysit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebabysit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebabysit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebabysit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebabysit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebabysit verleden tijd, deelwoord
gebabysit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebabysit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebabysit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebabysit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebabysit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebabysit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebabysit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebabysit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebabysit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebabysit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebabysit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te babysitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebabysit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen babysitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt babysitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebabysit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen babysitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult babysitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebabysit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

van het Engelse samenstelling van baby zn en sit ww met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van babysitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
babysitte verleden tijd babysitten
babysittend onvoltooid deelwoord babysitten
babysittende woordvorm babysitten
gebabysit voltooid deelwoord babysitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van babysitten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over babysitten

Wat is de betekenis van babysitten?
Babysitten is een werkwoord. De betekenis is: passen op kleine kinderen terwijl de ouders niet aanwezig zijn.
Hoe vervoeg ik babysitten?
Zo vervoeg je babysitten zo: de tegenwoordige tijd is babysit, de verleden tijd is babysitte en het voltooid deelwoord is gebabysit. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord babysitten is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. B 3
  4. Y 8
  5. S 2
  6. I 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

babysitten levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 129 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. B 4
  4. Y 8
  5. S 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 27 zonder bonus
  12. 129 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

babysitten in het kort

babysitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van babysitten staan er 37 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort babysitten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

babysitten: passen op kleine kinderen terwijl de ouders niet aanwezig zijn
Deel babysitten — standaardnederlands.nl