geboorte
zelfstandig naamwoord ɣəˈbortəBetekenis
- bevalling, actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint
- een beginpunt
- onderste deel van een boog of gewelf
Hoe spreek je geboorte uit?
/xəˈbortə/
Geboorte bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geboorten | meervoud |
| geboortes | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het ter wereld komen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van geboorte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geboorten | meervoud | geboorte |
| geboortes | meervoud | geboorte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geboorte zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- geboorteakte
- geboortebeperking
- geboortebewijs
- geboortecijfer
- geboortedag
- geboortedaling
- geboortedatum
- geboortefeest
- geboortegolf
- geboortehoroscoop
- geboortehuis
- geboortekaartje
- geboorteland
- geboortenaam
- geboorteoverschot
- geboorteplaats
- geboortepremie
- geboorterecht
- geboorteregister
- geboortestad
- geboortestreek
- geboortetrauma
- geboortig