kleuter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een jong kind in de leeftijd van vier tot zes jaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kleuters | meervoud |
| kleutertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kleutertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuteren
- gebiedende wijs van kleuteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuteren
Vervoeging van kleuter
kleuterhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘klein kind’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1569
Woordfamilie van kleuter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kleuters | meervoud | kleuter |
| kleutertje | verkleinwoord | kleuter |
| kleutertjes | verkleinwoord meervoud | kleuter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kleuter zijn vastgelegd.