babybos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bos geplant voor een groep zeer jonge kinderen als teken van vertrouwen in de toekomst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| babybosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| babybosjes | verkleinwoord, meervoud |
| babybossen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van baby zn en bos zn
Woordfamilie van babybos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| babybosje | verkleinwoord | babybos |
| babybosjes | verkleinwoord meervoud | babybos |
| babybossen | meervoud | babybos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van babybos zijn vastgelegd.