aspect
zelfstandig naamwoord ɑsˈpɛktBetekenis
- kant of zijde waar je naar kijkt (aan een kwestie of object)
- visie
- relatieve positie van hemellichamen zoals ze voor een waarnemer op aarde verschijnen; de hoekrelatie tussen punten in een horoscoop
- werkwoordsvorm gebruikt om de opeenvolging van gebeurtenissen uit te drukken
Hoe spreek je aspect uit?
/ɑsˈpɛkt/
Aspect bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aspecten | meervoud |
| aspectje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aspectjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanzicht, uitzicht in de toekomst, verschijningsvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842
Woordfamilie van aspect
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aspecten | meervoud | aspect |
| aspectje | verkleinwoord | aspect |
| aspectjes | verkleinwoord meervoud | aspect |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aspect zijn vastgelegd.