woonproject
zelfstandig naamwoord ˈwonproˌjɛktBetekenis
- uit te voeren of uitgevoerd plan om huisvesting voor mensen te bouwen
- uit te voeren of uitgevoerd plan om mensen die zorg nodig hebben buiten een instelling te huisvesten
Hoe spreek je woonproject uit?
/ˈwonproˌjɛkt/
Woonproject bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| o | boot |
| n | nek |
| p | pak |
| r | rood |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woonprojecten | meervoud |
| woonprojectje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woonprojectjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van woon ww en project zn
Woordfamilie van woonproject
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woonprojecten | meervoud | woonproject |
| woonprojectje | verkleinwoord | woonproject |
| woonprojectjes | verkleinwoord meervoud | woonproject |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woonproject zijn vastgelegd.