bedekt
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bəˈdɛktBetekenis
- met iets eroverheen, zodat je het niet ziet
- met iets dat het beschermt
- niet openlijk
Hoe spreek je bedekt uit?
/bəˈdɛkt/
Bedekt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken
- gebiedende wijs meervoud van bedekken
- voltooid deelwoord van bedekken
Vervoeging van bedekt
bedekthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van bedekken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van bedekt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedekter | woordvorm | bedekt |
| bedektere | woordvorm | bedekt |
| bedekters | woordvorm | bedekt |
| bedekts | woordvorm | bedekt |
| bedektst | woordvorm | bedekt |
| bedektste | woordvorm | bedekt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedekt zijn vastgelegd.