object
zelfstandig naamwoord /ɔpˈjɛkt/Betekenis
- voorwerp dat fysiek bestaat
- voorwerp
- entiteit die behandeld wordt en waarvan het bestaan onafhankelijk wordt geacht van het subject
- in objectgeoriënteerd programmeren: een component die gegevens en/of programmacode bevat
- voorwerp, object
- grammaticaal voorwerp
- protesteren, bezwaar maken, zich verzetten
Hoe spreek je object uit?
/ɔpˈjɛkt/
Object bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| objecten | meervoud |
| objectje | verkleinwoord, enkelvoud |
| objectjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in 1500
Woordfamilie van object
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| objecten | meervoud | object |
| objectje | verkleinwoord | object |
| objectjes | verkleinwoord meervoud | object |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van object zijn vastgelegd.