annuleren
werkwoord /ɑny'lerə/Betekenis
- iets afgelasten
Hoe spreek je annuleren uit?
/ɑnyˈlerə/
Annuleren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| y | fuut |
| l | land |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van annuleren
annulerenhele werkwoord — annuleerdeverleden tijd enkelvoud — annuleerdenverleden tijd meervoud — geannuleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | annuleer | annuleerde |
| jij | annuleert | annuleerde |
| hij, zij, het | annuleert | annuleerde |
| wij | annuleren | annuleerden |
| jullie | annuleren | annuleerden |
| zij | annuleren | annuleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| annuleer | gebiedende wijs |
| annuleerde | verleden tijd |
| annulere | aanvoegende wijs |
| annulerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geannuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geannuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geannuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geannuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geannuleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geannuleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geannuleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geannuleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geannuleerd | verleden tijd, deelwoord |
| geannuleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geannuleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geannuleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geannuleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geannuleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geannuleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geannuleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geannuleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geannuleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geannuleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geannuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geannuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geannuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geannuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geannuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geannuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geannuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geannuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te annuleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geannuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen annuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geannuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geannuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geannuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geannuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geannuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geannuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geannuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geannuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geannuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geannuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geannuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geannuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geannuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen annuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geannuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geannuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geannuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult annuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geannuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geannuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geannuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vernietigen’ voor het eerst aangetroffen in 1344
Woordfamilie van annuleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| annuleer | gebiedende wijs | annuleren |
| annuleerde | verleden tijd | annuleren |
| annuleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | annuleren |
| annuleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | annuleren |
| annulere | aanvoegende wijs | annuleren |
| annulerend | onvoltooid deelwoord | annuleren |
| annulerende | woordvorm | annuleren |
| geannuleerd | voltooid deelwoord | annuleren |
| geannuleerde | woordvorm | annuleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van annuleren zijn vastgelegd.