annoteren
werkwoordBetekenis
- van kanttekeningen voorzien
Vervoeging van annoteren
annoterenhele werkwoord — annoteerdeverleden tijd enkelvoud — annoteerdenverleden tijd meervoud — geannoteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | annoteer | annoteerde |
| jij | annoteert | annoteerde |
| hij, zij, het | annoteert | annoteerde |
| wij | annoteren | annoteerden |
| jullie | annoteren | annoteerden |
| zij | annoteren | annoteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| annoteer | gebiedende wijs |
| annoteerde | verleden tijd |
| annotere | aanvoegende wijs |
| annoterend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geannoteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geannoteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geannoteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geannoteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geannoteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geannoteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geannoteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geannoteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geannoteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geannoteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geannoteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geannoteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geannoteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geannoteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geannoteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geannoteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geannoteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geannoteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geannoteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geannoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geannoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geannoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geannoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geannoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geannoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geannoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geannoteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te annoteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geannoteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen annoteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geannoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geannoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geannoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geannoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geannoteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geannoteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geannoteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geannoteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geannoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geannoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geannoteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geannoteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geannoteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen annoteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geannoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geannoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geannoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult annoteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geannoteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geannoteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geannoteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘aantekenen’ voor het eerst aangetroffen in 1510
Woordfamilie van annoteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| annoteer | gebiedende wijs | annoteren |
| annoteerde | verleden tijd | annoteren |
| annoteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | annoteren |
| annoteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | annoteren |
| annotere | aanvoegende wijs | annoteren |
| annoterend | onvoltooid deelwoord | annoteren |
| annoterende | woordvorm | annoteren |
| geannoteerd | voltooid deelwoord | annoteren |
| geannoteerde | woordvorm | annoteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van annoteren zijn vastgelegd.