assorteren
werkwoord /ɑsɔr'terə/Betekenis
- op kwaliteit bij elkaar zoeken
Hoe spreek je assorteren uit?
/ɑsɔrˈterə/
Assorteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| e | veel |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van assorteren
assorterenhele werkwoord — assorteerdeverleden tijd enkelvoud — assorteerdenverleden tijd meervoud — geassorteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | assorteer | assorteerde |
| jij | assorteert | assorteerde |
| hij, zij, het | assorteert | assorteerde |
| wij | assorteren | assorteerden |
| jullie | assorteren | assorteerden |
| zij | assorteren | assorteerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| assorteer | gebiedende wijs |
| assorteerde | verleden tijd |
| assortere | aanvoegende wijs |
| assorterend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geassorteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geassorteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geassorteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geassorteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geassorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geassorteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geassorteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geassorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geassorteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geassorteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geassorteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geassorteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te assorteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geassorteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen assorteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geassorteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen assorteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult assorteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geassorteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘naar soort bijeenzoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van assorteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| assorteer | gebiedende wijs | assorteren |
| assorteerde | verleden tijd | assorteren |
| assorteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | assorteren |
| assorteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | assorteren |
| assortere | aanvoegende wijs | assorteren |
| assorterend | onvoltooid deelwoord | assorteren |
| assorterende | woordvorm | assorteren |
| geassorteerd | voltooid deelwoord | assorteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assorteren zijn vastgelegd.