animeren
werkwoordBetekenis
- opmonteren, opvrolijken
Vervoeging van animeren
animerenhele werkwoord — animeerdeverleden tijd enkelvoud — animeerdenverleden tijd meervoud — geanimeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | animeer | animeerde |
| jij | animeert | animeerde |
| hij, zij, het | animeert | animeerde |
| wij | animeren | animeerden |
| jullie | animeren | animeerden |
| zij | animeren | animeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| animeer | gebiedende wijs |
| animeerde | verleden tijd |
| animere | aanvoegende wijs |
| animerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geanimeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geanimeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geanimeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geanimeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geanimeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geanimeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geanimeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geanimeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geanimeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geanimeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geanimeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geanimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geanimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geanimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geanimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geanimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geanimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geanimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geanimeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geanimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te animeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geanimeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen animeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt animeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geanimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen animeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult animeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geanimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opwekken’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Woordfamilie van animeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| animeer | gebiedende wijs | animeren |
| animeerde | verleden tijd | animeren |
| animeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | animeren |
| animeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | animeren |
| animere | aanvoegende wijs | animeren |
| animerend | onvoltooid deelwoord | animeren |
| animerende | woordvorm | animeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van animeren zijn vastgelegd.