aanmoedigen
werkwoord ˈamudəɣə(n)Betekenis
- moed inspreken, aansporen
Hoe spreek je aanmoedigen uit?
/ˈamudəxən/
Aanmoedigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanmoedigen
aanmoedigenhele werkwoord — moedigde aanverleden tijd enkelvoud — moedigden aanverleden tijd meervoud — aangemoedigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | moedig aan | moedigde aan |
| jij | moedigt aan | moedigde aan |
| hij, zij, het | moedigt aan | moedigde aan |
| wij | moedigen aan | moedigden aan |
| jullie | moedigen aan | moedigden aan |
| zij | moedigen aan | moedigden aan |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aan te moedigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen moedigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal moedigen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou moedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden moedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt moedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen moedigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen moedigen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult moedigen | bijzin, toekomende tijd |
| aangemoedigd | verleden tijd, deelwoord |
| aangemoedigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangemoedigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanmoedig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanmoedigde | bijzin, verleden tijd |
| aanmoedigden | bijzin, verleden tijd |
| aanmoedigend | onvoltooid, deelwoord |
| aanmoedigt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is aangemoedigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangemoedigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangemoedigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangemoedigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangemoedigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangemoedigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangemoedigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangemoedigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangemoedigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| moedig aan | gebiedende wijs |
| moedigde aan | verleden tijd |
| te hebben aangemoedigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanmoedigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanmoedigen | bijzin, toekomende tijd |
| zou aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanmoedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanmoedigen aan zou(dt) moedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanmoedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanmoedigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanmoedigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanmoedigen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aanmoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult aanmoedigen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal aanmoedigen aan zult/zal moedigen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en moedigen ww
Woordfamilie van aanmoedigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangemoedigd | voltooid deelwoord | aanmoedigen |
| aangemoedigde | woordvorm | aanmoedigen |
| aanmoedig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanmoedigen |
| aanmoedigde | subordinate-clause, verleden tijd | aanmoedigen |
| aanmoedigden | subordinate-clause, verleden tijd | aanmoedigen |
| aanmoedige | with-subordinate-clause | aanmoedigen |
| aanmoedigt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanmoedigen |
| moedig aan | gebiedende wijs | aanmoedigen |
| moedigde aan | verleden tijd | aanmoedigen |
| moedigden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanmoedigen |
| moedige aan | woordvorm | aanmoedigen |
| moedigen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanmoedigen |
| moedigt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanmoedigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmoedigen zijn vastgelegd.