Naar de inhoud

opwekken

opmonteren, animeren

opwekken

werkwoord ˈɔpwɛkə(n)

Betekenis

  1. opmonteren, animeren
  2. doen ontstaan

Hoe spreek je opwekken uit?

/ˈɔpwɛkən/

Opwekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpwɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
w quiz
ɛ bed
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van opwekken

opwekkenhele werkwoord — wekte opverleden tijd enkelvoud — wekten opverleden tijd meervoud — opgewektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wek op wekte op
jij wekt op wekte op
hij, zij, het wekt op wekte op
wij wekken op wekten op
jullie wekken op wekten op
zij wekken op wekten op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgewekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgewekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgewekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgewekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgewekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgewekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgewekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgewekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgewekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgewekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgewekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgewekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgewekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgewekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgewekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgewekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te wekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen wekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal wekken bijzin, toekomende tijd
op zou wekken bijzin, voorwaardelijk
op zouden wekken bijzin, voorwaardelijk
op zoudt wekken bijzin, voorwaardelijk
op zullen wekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen wekken bijzin, toekomende tijd
op zult wekken bijzin, toekomende tijd
opgewekt verleden tijd, deelwoord
opgewekt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgewekt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgewekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgewekt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgewekt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgewekt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgewekt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgewekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgewekt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgewekt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opwek bijzin, tegenwoordige tijd
opwekkend onvoltooid, deelwoord
opwekt bijzin, tegenwoordige tijd
opwekte bijzin, verleden tijd
opwekten bijzin, verleden tijd
te hebben opgewekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opwekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgewekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgewekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgewekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgewekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgewekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgewekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgewekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
wek op gebiedende wijs
wekte op verleden tijd
werd opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgewekt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgewekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgewekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgewekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgewekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgewekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgewekt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgewekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgewekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opwekken bijzin, toekomende tijd
zijn opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgewekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opwekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opwekken op zou(dt) wekken bijzin, voorwaardelijk
zouden opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opwekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgewekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgewekt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opwekken bijzin, voorwaardelijk
zullen opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgewekt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgewekt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgewekt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgewekt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opwekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opwekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opwekken bijzin, toekomende tijd
zult opgewekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en wekken

Woordfamilie van opwekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opwek subordinate-clause, tegenwoordige tijd opwekken
opwekke with-subordinate-clause opwekken
opwekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opwekken
opwekte subordinate-clause, verleden tijd opwekken
opwekten subordinate-clause, verleden tijd opwekken
wek op gebiedende wijs opwekken
wekke op woordvorm opwekken
wekken op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opwekken
wekt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opwekken
wekte op verleden tijd opwekken
wekten op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opwekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opwekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over opwekken

Hoe spreek ik opwekken uit?
Zo spreek je opwekken uit: /ˈɔpwɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opwekken?
Opwekken is een werkwoord. De betekenis is: opmonteren, animeren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opwekken?
Zo vervoeg je opwekken zo: het voltooid deelwoord is opgewekt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opwekken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. W 5
  4. E 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opwekken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. W 5
  4. E 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opwekken in het kort

opwekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opwekken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opwekken bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opwekken: opmonteren, animeren
Deel opwekken — standaardnederlands.nl