bemoedigen
werkwoord bəˈmudəɣə(n)Betekenis
- iemand een positievere kijk op de kansen geven
Hoe spreek je bemoedigen uit?
/bəˈmudəxən/
Bemoedigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| m | maan |
| u | boek |
| d | dak |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bemoedigen
bemoedigenhele werkwoord — bemoedigdeverleden tijd enkelvoud — bemoedigdenverleden tijd meervoud — bemoedigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemoedig | bemoedigde |
| jij | bemoedigt | bemoedigde |
| hij, zij, het | bemoedigt | bemoedigde |
| wij | bemoedigen | bemoedigden |
| jullie | bemoedigen | bemoedigden |
| zij | bemoedigen | bemoedigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bemoedig | gebiedende wijs |
| bemoedigd | verleden tijd, deelwoord |
| bemoedigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemoedigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemoedigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemoedigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemoedigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemoedigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemoedigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemoedigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemoedigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemoedigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemoedigde | verleden tijd |
| bemoedige | aanvoegende wijs |
| bemoedigend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bemoedigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bemoedigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bemoedigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bemoedigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bemoedigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bemoedigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bemoedigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bemoedigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemoedigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemoedigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemoedigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemoedigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemoedigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemoedigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemoedigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemoedigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemoedigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemoedigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bemoedigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bemoedigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bemoedigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bemoedigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bemoedigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemoedigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bemoedigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemoedigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemoedigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemoedigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemoedigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemoedigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemoedigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemoedigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemoedigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemoedigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemoedigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van moed met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig of afgeleid van moedig met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bemoedigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemoedig | gebiedende wijs | bemoedigen |
| bemoedigd | voltooid deelwoord | bemoedigen |
| bemoedigde | verleden tijd | bemoedigen |
| bemoedigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemoedigen |
| bemoedige | aanvoegende wijs | bemoedigen |
| bemoedigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bemoedigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemoedigen zijn vastgelegd.