aanhanger
zelfstandig naamwoord ˈanhaŋərBetekenis
- iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt
- rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen
Hoe spreek je aanhanger uit?
/ˈanhaŋər/
Aanhanger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhangers | meervoud |
| aanhangertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanhangertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van aanhangen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van aanhanger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhangers | meervoud | aanhanger |
| aanhangertje | verkleinwoord | aanhanger |
| aanhangertjes | verkleinwoord meervoud | aanhanger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhanger zijn vastgelegd.