oplegger
zelfstandig naamwoord ˈɔplɛɣərBetekenis
- een aanhangwagen, die geen eigen vooras heeft en waarvan dus een belangrijk deel van het gewicht op het trekkend voertuig (de trekker) rust
Hoe spreek je oplegger uit?
/ˈɔplɛxər/
Oplegger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| p | pak |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opleggers | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van opleggen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van oplegger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opleggers | meervoud | oplegger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oplegger zijn vastgelegd.