supporter
zelfstandig naamwoord, werkwoord sʏˈpɔrtərBetekenis
- iemand die een bepaalde club of speler steunt
- sympathisant, aanhanger, medestander van iets of iemand
- aanhanger van een sportclub, e.d.
- ondersteuning, steunbalk
- steunkous
- schildhouder
- (van de (m.n. negatieve) consequenties, gevolgen, (on)kosten, e.d.)
- voorstander
Hoe spreek je supporter uit?
/sʏˈpɔrtər/
Supporter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ʏ | put |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| supporters | meervoud |
| supportertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| supportertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van supporteren
- gebiedende wijs van supporteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van supporteren
Vervoeging van supporter
supporterhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘aanhanger’ voor het eerst aangetroffen in 1946
Woordfamilie van supporter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| supporters | meervoud | supporter |
| supportertje | verkleinwoord | supporter |
| supportertjes | verkleinwoord meervoud | supporter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van supporter zijn vastgelegd.