aanhang
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈanhaŋBetekenis
- het geheel van iemands helpers, volgelingen, partners, vrienden.
Hoe spreek je aanhang uit?
/ˈanhaŋ/
Aanhang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanhangen
Vervoeging van aanhang
aanhanghele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanhangen