Naar de inhoud

aaneenknopen

aan elkaar vastknopen (ook fig.)

aaneenknopen

werkwoord anˈenknopə(n)

Betekenis

  1. aan elkaar vastknopen (ook fig.)

Hoe spreek je aaneenknopen uit?

/anˈenknopən/

Aaneenknopen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /anˈenknopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
e veel
k kat
o boot
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aaneenknopen

aaneenknopenhele werkwoord — knoopte aaneenverleden tijd enkelvoud — knoopten aaneenverleden tijd meervoud — aaneengeknooptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knoop aaneen knoopte aaneen
jij knoopt aaneen knoopte aaneen
hij, zij, het knoopt aaneen knoopte aaneen
wij knopen aaneen knoopten aaneen
jullie knopen aaneen knoopten aaneen
zij knopen aaneen knoopten aaneen
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aaneen te knopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneen te zullen knopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneen zal knopen bijzin, toekomende tijd
aaneen zou knopen bijzin, voorwaardelijk
aaneen zouden knopen bijzin, voorwaardelijk
aaneen zoudt knopen bijzin, voorwaardelijk
aaneen zullen knopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneen zullen knopen bijzin, toekomende tijd
aaneen zult knopen bijzin, toekomende tijd
aaneengeknoopt verleden tijd, deelwoord
aaneengeknoopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengeknoopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneenknoop bijzin, tegenwoordige tijd
aaneenknoopt bijzin, tegenwoordige tijd
aaneenknoopte bijzin, verleden tijd
aaneenknoopten bijzin, verleden tijd
aaneenknopend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aaneengeknoopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aaneengeknoopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aaneengeknoopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
knoop aaneen gebiedende wijs
knoopte aaneen verleden tijd
te hebben aaneengeknoopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aaneenknopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aaneenknopen bijzin, toekomende tijd
zou aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aaneenknopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aaneenknopen aaneen zou(dt) knopen bijzin, voorwaardelijk
zouden aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aaneenknopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aaneengeknoopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aaneenknopen bijzin, voorwaardelijk
zullen aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneenknopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aaneenknopen bijzin, toekomende tijd
zult aaneengeknoopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aaneenknopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aaneenknopen bijzin, toekomende tijd
zult/zal aaneenknopen aaneen zult/zal knopen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aaneen en knopen

Woordfamilie van aaneenknopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aaneengeknoopt voltooid deelwoord aaneenknopen
aaneengeknoopte woordvorm aaneenknopen
aaneenknoop subordinate-clause, tegenwoordige tijd aaneenknopen
aaneenknoopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aaneenknopen
aaneenknoopte subordinate-clause, verleden tijd aaneenknopen
aaneenknoopten subordinate-clause, verleden tijd aaneenknopen
aaneenknope with-subordinate-clause aaneenknopen
aaneenknopend onvoltooid deelwoord aaneenknopen
aaneenknopende woordvorm aaneenknopen
knoop aaneen gebiedende wijs aaneenknopen
knoopt aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aaneenknopen
knoopte aaneen verleden tijd aaneenknopen
knoopten aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aaneenknopen
knope aaneen woordvorm aaneenknopen
knopen aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aaneenknopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aaneenknopen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aaneenknopen

Hoe spreek ik aaneenknopen uit?
Zo spreek je aaneenknopen uit: /anˈenknopə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van aaneenknopen?
Aaneenknopen is een werkwoord. De betekenis is: aan elkaar vastknopen (ook fig.).
Hoe vervoeg ik aaneenknopen?
Zo vervoeg je aaneenknopen zo: het voltooid deelwoord is aaneengeknoopt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aaneenknopen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. N 1
  9. O 1
  10. P 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aaneenknopen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. N 1
  9. O 1
  10. P 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 17 zonder bonus
  14. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aaneenknopen in het kort

aaneenknopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aaneenknopen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aaneenknopen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aaneenknopen: aan elkaar vastknopen (ook fig.)
Deel aaneenknopen — standaardnederlands.nl