combineren
werkwoordBetekenis
- door elkaar doen
- tegelijk dragen
- met elkaar in verband brengen, verbinden
- samenspel plegen
werkwoord
- tegelijk dragen of doen
Vervoeging van combineren
combinerenhele werkwoord — combineerdeverleden tijd enkelvoud — combineerdenverleden tijd meervoud — gecombineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | combineer | combineerde |
| jij | combineert | combineerde |
| hij, zij, het | combineert | combineerde |
| wij | combineren | combineerden |
| jullie | combineren | combineerden |
| zij | combineren | combineerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| combineer | gebiedende wijs |
| combineerde | verleden tijd |
| combinere | aanvoegende wijs |
| combinerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecombineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecombineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecombineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecombineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecombineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecombineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecombineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecombineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecombineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecombineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecombineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecombineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecombineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecombineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecombineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecombineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecombineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecombineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecombineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecombineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te combineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecombineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen combineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt combineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecombineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen combineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult combineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecombineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenvoegen’ voor het eerst aangetroffen in 1663
Woordfamilie van combineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| combineer | gebiedende wijs | combineren |
| combineerde | verleden tijd | combineren |
| combineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | combineren |
| combineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | combineren |
| combinere | aanvoegende wijs | combineren |
| combinerend | onvoltooid deelwoord | combineren |
| combinerende | woordvorm | combineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van combineren zijn vastgelegd.