Naar de inhoud

combineren

door elkaar doen

combineren

werkwoord

Betekenis

  1. door elkaar doen
  2. tegelijk dragen
  3. met elkaar in verband brengen, verbinden
  4. samenspel plegen

werkwoord

  1. tegelijk dragen of doen

Vervoeging van combineren

combinerenhele werkwoord — combineerdeverleden tijd enkelvoud — combineerdenverleden tijd meervoud — gecombineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik combineer combineerde
jij combineert combineerde
hij, zij, het combineert combineerde
wij combineren combineerden
jullie combineren combineerden
zij combineren combineerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
combineer gebiedende wijs
combineerde verleden tijd
combinere aanvoegende wijs
combinerend onvoltooid, deelwoord
er is gecombineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecombineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecombineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecombineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecombineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecombineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecombineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecombineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecombineerd verleden tijd, deelwoord
gecombineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecombineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecombineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecombineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecombineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecombineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecombineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecombineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecombineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecombineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecombineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te combineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecombineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen combineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt combineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecombineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen combineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult combineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecombineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenvoegen’ voor het eerst aangetroffen in 1663

Woordfamilie van combineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
combineer gebiedende wijs combineren
combineerde verleden tijd combineren
combineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon combineren
combineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon combineren
combinere aanvoegende wijs combineren
combinerend onvoltooid deelwoord combineren
combinerende woordvorm combineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van combineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over combineren

Wat betekent combineren?
Combineren is een werkwoord. Het woord betekent: door elkaar doen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je combineren?
Je vervoegt combineren als volgt: de tegenwoordige tijd is combineer, de verleden tijd is combineerde en het voltooid deelwoord is gecombineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord combineren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. B 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

combineren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. B 4
  5. I 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

combineren in het kort

combineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van combineren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort combineren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

combineren: door elkaar doen
Deel combineren — standaardnederlands.nl