eenzijdig
bijvoeglijk naamwoord enˈzɛidəxBetekenis
- met of aan één kant, belang, partij etc; waarbij geen andere(n) betrokken zijn, of buiten beschouwing blijven
- van een beslissing of afspraak dat één van de partijen de beslissing of afspraak aan de andere partijen oplegt
Hoe spreek je eenzijdig uit?
/enˈzɛidəx/
Eenzijdig bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| n | nek |
| z | zon |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- van een beslissing of afspraak dat een van de partijen de beslissing of afspraak aan de andere partijen oplegt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenzijdige | verbogen, stellende trap |
| eenzijdiger | onverbogen, vergrotende trap |
| eenzijdigere | verbogen, vergrotende trap |
| eenzijdigers | partitief, vergrotende trap |
| eenzijdigs | partitief, stellende trap |
| eenzijdigst | onverbogen, overtreffende trap |
| eenzijdigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van een en zijde met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van eenzijdig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenzijdige | verbogen vorm | eenzijdig |
| eenzijdiger | vergrotende trap | eenzijdig |
| eenzijdigere | verbogen vergrotende trap | eenzijdig |
| eenzijdigers | partitieve vergrotende trap | eenzijdig |
| eenzijdigs | partitive, positive | eenzijdig |
| eenzijdigst | uninflected, superlative | eenzijdig |
| eenzijdigste | inflected, superlative | eenzijdig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenzijdig zijn vastgelegd.