Naar de inhoud

wegvloeien

naar een andere plaats vloeien

wegvloeien

werkwoord

Betekenis

  1. naar een andere plaats vloeien

Vervoeging van wegvloeien

wegvloeienhele werkwoord — vloeide wegverleden tijd enkelvoud — vloeiden wegverleden tijd meervoud — weggevloeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vloei weg vloeide weg
jij vloeit weg vloeide weg
hij, zij, het vloeit weg vloeide weg
wij vloeien weg vloeiden weg
jullie vloeien weg vloeiden weg
zij vloeien weg vloeiden weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggevloeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegvloeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vloei weg gebiedende wijs
vloeide weg verleden tijd
waart weggevloeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevloeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggevloeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevloeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggevloeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggevloeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggevloeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te vloeien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen vloeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal vloeien bijzin, toekomende tijd
weg zou vloeien bijzin, voorwaardelijk
weg zouden vloeien bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt vloeien bijzin, voorwaardelijk
weg zullen vloeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen vloeien bijzin, toekomende tijd
weg zult vloeien bijzin, toekomende tijd
weggevloeid verleden tijd, deelwoord
weggevloeid te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevloeid zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegvloei bijzin, tegenwoordige tijd
wegvloeide bijzin, verleden tijd
wegvloeiden bijzin, verleden tijd
wegvloeiend onvoltooid, deelwoord
wegvloeit bijzin, tegenwoordige tijd
zal weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegvloeien bijzin, toekomende tijd
zijn weggevloeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggevloeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegvloeien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegvloeien weg zou(dt) vloeien bijzin, voorwaardelijk
zouden weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegvloeien bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggevloeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegvloeien bijzin, voorwaardelijk
zullen weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegvloeien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegvloeien bijzin, toekomende tijd
zult weggevloeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegvloeien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegvloeien bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegvloeien weg zult/zal vloeien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en vloeien

Woordfamilie van wegvloeien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vloei weg gebiedende wijs wegvloeien
vloeide weg verleden tijd wegvloeien
vloeiden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegvloeien
vloeie weg woordvorm wegvloeien
vloeien weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegvloeien
vloeit weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegvloeien
weggevloeid voltooid deelwoord wegvloeien
weggevloeide woordvorm wegvloeien
wegvloei subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvloeien
wegvloeide subordinate-clause, verleden tijd wegvloeien
wegvloeiden subordinate-clause, verleden tijd wegvloeien
wegvloeie with-subordinate-clause wegvloeien
wegvloeiend onvoltooid deelwoord wegvloeien
wegvloeiende woordvorm wegvloeien
wegvloeit subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvloeien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegvloeien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegvloeien

Wat betekent wegvloeien?
Wegvloeien is een werkwoord. Het woord betekent: naar een andere plaats vloeien.
Hoe vervoeg je wegvloeien?
Je vervoegt wegvloeien als volgt: het voltooid deelwoord is weggevloeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegvloeien is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. L 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. I 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegvloeien levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. L 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. I 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegvloeien in het kort

wegvloeien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegvloeien zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegvloeien bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegvloeien: naar een andere plaats vloeien
Deel wegvloeien — standaardnederlands.nl