aanvliegen
werkwoord ˈaɱvliɣə(n)Betekenis
- vliegend naderen
- onstuimig afkomen op
Hoe spreek je aanvliegen uit?
/ˈamvlixən/
Aanvliegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| v | vis |
| l | land |
| i | riet |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanvliegen
aanvliegenhele werkwoord — vloog aanverleden tijd enkelvoud — vlogen aanverleden tijd meervoud — aangevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlieg aan | vloog aan |
| jij | vliegt aan | vloog aan |
| hij, zij, het | vliegt aan | vloog aan |
| wij | vliegen aan | vlogen aan |
| jullie | vliegen aan | vlogen aan |
| zij | vliegen aan | vlogen aan |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| aangevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| aangevlogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangevlogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangevlogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangevlogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangevlogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangevlogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangevlogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangevlogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangevlogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangevlogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| aanvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanvlogen | bijzin, verleden tijd |
| aanvloog | bijzin, verleden tijd |
| aanvloogt | bijzin, verleden tijd |
| ben aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangevlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangevlogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangevlogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangevlogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangevlogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangevlogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangevlogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangevlogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg aan | gebiedende wijs |
| vloog aan | verleden tijd |
| waart aangevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangevlogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanvliegen aan zou(dt) vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangevlogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangevlogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangevlogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanvliegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en vliegen ww
Woordfamilie van aanvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangevlogen | voltooid deelwoord | aanvliegen |
| aanvlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanvliegen |
| aanvliege | with-subordinate-clause | aanvliegen |
| aanvliegend | onvoltooid deelwoord | aanvliegen |
| aanvliegende | woordvorm | aanvliegen |
| aanvliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanvliegen |
| aanvlogen | subordinate-clause, verleden tijd | aanvliegen |
| aanvloog | subordinate-clause, verleden tijd | aanvliegen |
| vlieg aan | gebiedende wijs | aanvliegen |
| vliege aan | woordvorm | aanvliegen |
| vliegen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanvliegen |
| vliegt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanvliegen |
| vlogen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanvliegen |
| vloog aan | verleden tijd | aanvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvliegen zijn vastgelegd.