Naar de inhoud

warmen

warmte toevoegen

warmen

werkwoord

Betekenis

  1. warmte toevoegen
  2. zich ~ zich in warmte koesteren

Vervoeging van warmen

warmenhele werkwoord — warmdeverleden tijd enkelvoud — warmdenverleden tijd meervoud — gewarmdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik warm warmde
jij warmt warmde
hij, zij, het warmt warmde
wij warmen warmden
jullie warmen warmden
zij warmen warmden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewarmd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewarmd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewarmd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewarmd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewarmd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewarmd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewarmd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewarmd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewarmd verleden tijd, deelwoord
gewarmd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewarmd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewarmd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewarmd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewarmd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewarmd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewarmd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewarmd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewarmd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewarmd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewarmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewarmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewarmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewarmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewarmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewarmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewarmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewarmd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewarmd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te warmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen warmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewarmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewarmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewarmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewarmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
warm gebiedende wijs
warm me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
warm u/je , warmt je gebiedende wijs
warmde verleden tijd
warmde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
warmde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
warmde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
warmde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
warmde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
warmde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
warmde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
warmden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
warmden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
warmden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
warme aanvoegende wijs
warme zich aanvoegende wijs
warmen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
warmen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
warmen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
warmend onvoltooid, deelwoord
warmt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
warmt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
warmt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
warmt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
warmt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
warmt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
was gewarmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewarmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewarmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewarmd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gewarmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewarmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewarmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewarmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewarmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewarmd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewarmd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewarmd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewarmd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewarmd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewarmd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me warmen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal warmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal warmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal warmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich warmen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je warmen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gewarmd hebben verleden tijd
zich warmend onvoltooid, deelwoord
zijn gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewarmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewarmd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewarmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt warmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewarmd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewarmd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewarmd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewarmd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

afgeleid van warm met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van warmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewarmd voltooid deelwoord warmen
gewarmde woordvorm warmen
warmde verleden tijd warmen
warmden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon warmen
warmend onvoltooid deelwoord warmen
warmende woordvorm warmen
warmt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon warmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van warmen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over warmen

Wat betekent warmen?
Warmen is een werkwoord. Het woord betekent: warmte toevoegen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je warmen?
Je vervoegt warmen als volgt: de tegenwoordige tijd is warm, de verleden tijd is warmde en het voltooid deelwoord is gewarmd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord warmen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

warmen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

warmen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

warmen in het kort

warmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van warmen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort warmen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

warmen: warmte toevoegen
Deel warmen — standaardnederlands.nl