Naar de inhoud

warmlopen

door activiteit die warmte vrijmaakt een te hoge temperatuur bereiken

warmlopen

werkwoord

Betekenis

  1. door activiteit die warmte vrijmaakt een te hoge temperatuur bereiken
  2. door activiteit die warmte vrijmaakt de juiste bedrijfstemperatuur bereiken.
  3. ~ voor enthousiast worden
  4. zich ~: door enige tijd hard te lopen het lichaam op een voor sport geschikte temperatuur brengen
  5. tweede betekenisomschrijving
  6. enz.

Vervoeging van warmlopen

warmlopenhele werkwoord — liep warmverleden tijd enkelvoud — liepen warmverleden tijd meervoud — warmgelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop warm liep warm
jij loopt warm liep warm
hij, zij, het loopt warm liep warm
wij lopen warm liepen warm
jullie lopen warm liepen warm
zij lopen warm liepen warm
Alle 87 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had warmgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had warmgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had warmgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden warmgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden warmgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden warmgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt warmgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben warmgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft warmgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep warm verleden tijd
loop u/je warm, loopt je warm gebiedende wijs
loop warm gebiedende wijs
te hebben warmgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen warmlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
warm te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
warm te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
warm zal lopen bijzin, toekomende tijd
warm zou lopen bijzin, voorwaardelijk
warm zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
warm zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
warm zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
warm zullen lopen bijzin, toekomende tijd
warm zult lopen bijzin, toekomende tijd
warmgelopen verleden tijd, deelwoord
warmgelopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
warmgelopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
warmliep bijzin, verleden tijd
warmliepen bijzin, verleden tijd
warmloop bijzin, tegenwoordige tijd
warmloopt bijzin, tegenwoordige tijd
warmlopend onvoltooid, deelwoord
zal me warmlopen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal warmlopen bijzin, toekomende tijd
zal zich warmlopen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je warmlopen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich warmgelopen hebben verleden tijd
zich warmlopend onvoltooid, deelwoord
zou warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou warmlopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) warmlopen warm zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden warmlopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt warmgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt warmlopen bijzin, voorwaardelijk
zullen je warmlopen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons warmlopen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen warmlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen warmlopen bijzin, toekomende tijd
zullen zich warmlopen derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult u warmlopen tweede persoon
zult u warmlopen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult warmgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult warmlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult warmlopen bijzin, toekomende tijd
zult zich/u warmlopen tweede persoon
zult zich/u warmlopen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult/zal warmlopen warm zult/zal lopen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van warm en lopen

Woordfamilie van warmlopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
liep warm verleden tijd warmlopen
liepen warm aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon warmlopen
loop warm gebiedende wijs warmlopen
loopt warm aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon warmlopen
lope warm woordvorm warmlopen
lopen warm aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon warmlopen
warmgelopen voltooid deelwoord warmlopen
warmliep subordinate-clause, verleden tijd warmlopen
warmliepen subordinate-clause, verleden tijd warmlopen
warmloop subordinate-clause, tegenwoordige tijd warmlopen
warmloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd warmlopen
warmlope with-subordinate-clause warmlopen
warmlopend onvoltooid deelwoord warmlopen
warmlopende woordvorm warmlopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van warmlopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over warmlopen

Wat is de betekenis van warmlopen?
Warmlopen is een werkwoord. De betekenis is: door activiteit die warmte vrijmaakt een te hoge temperatuur bereiken. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik warmlopen?
Zo vervoeg je warmlopen zo: het voltooid deelwoord is warmgelopen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord warmlopen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

warmlopen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

warmlopen in het kort

warmlopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van warmlopen staan er 56 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort warmlopen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

warmlopen: door activiteit die warmte vrijmaakt een te hoge temperatuur bereiken
Deel warmlopen — standaardnederlands.nl