waarschuwen
werkwoord /ˈʋaːrsxyu̯ə(n)/Betekenis
- iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn
Hoe spreek je waarschuwen uit?
/ˈwarsxyuən/
Waarschuwen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| y | fuut |
| u | boek |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van waarschuwen
waarschuwenhele werkwoord — waarschuwdeverleden tijd enkelvoud — waarschuwdenverleden tijd meervoud — gewaarschuwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waarschuw | waarschuwde |
| jij | waarschuwt | waarschuwde |
| hij, zij, het | waarschuwt | waarschuwde |
| wij | waarschuwen | waarschuwden |
| jullie | waarschuwen | waarschuwden |
| zij | waarschuwen | waarschuwden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewaarschuwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewaarschuwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewaarschuwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewaarschuwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewaarschuwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewaarschuwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewaarschuwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewaarschuwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaarschuwd | verleden tijd, deelwoord |
| gewaarschuwd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaarschuwd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewaarschuwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaarschuwd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaarschuwd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaarschuwd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaarschuwd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewaarschuwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaarschuwd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewaarschuwd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaarschuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaarschuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te waarschuwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waarschuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waarschuw | gebiedende wijs |
| waarschuwde | verleden tijd |
| waarschuwe | aanvoegende wijs |
| waarschuwend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewaarschuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewaarschuwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewaarschuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaarschuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewaarschuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaarschuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewaarschuwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewaarschuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaarschuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaarschuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waarschuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaarschuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaarschuwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewaarschuwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult waarschuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘op gevaar opmerkzaam maken’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van waarschuwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewaarschuwd | voltooid deelwoord | waarschuwen |
| gewaarschuwde | woordvorm | waarschuwen |
| waarschuw | gebiedende wijs | waarschuwen |
| waarschuwde | verleden tijd | waarschuwen |
| waarschuwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waarschuwen |
| waarschuwe | aanvoegende wijs | waarschuwen |
| waarschuwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | waarschuwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waarschuwen zijn vastgelegd.