vrouwspersoon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrouwspersonen | meervoud |
| vrouwspersoontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrouwspersoontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vrouw (meestal minachtend)’ voor het eerst aangetroffen in 1554
Woordfamilie van vrouwspersoon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrouwspersonen | meervoud | vrouwspersoon |
| vrouwspersoontje | verkleinwoord | vrouwspersoon |
| vrouwspersoontjes | verkleinwoord meervoud | vrouwspersoon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrouwspersoon zijn vastgelegd.