gastvrouw
zelfstandig naamwoord ˈɣɑstfrɑuBetekenis
- een vrouw die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinken
Hoe spreek je gastvrouw uit?
/ˈxɑstfrɑu/
Gastvrouw bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| f | fiets |
| r | rood |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gastvrouwen | meervoud |
| gastvrouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gastvrouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van gast en vrouw
Woordfamilie van gastvrouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gastvrouwtje | verkleinwoord | gastvrouw |
| gastvrouwtjes | verkleinwoord meervoud | gastvrouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gastvrouw zijn vastgelegd.