vroedvrouw
zelfstandig naamwoord /ˈvrud.vrɑu/Betekenis
- een vrouw die een bevalling begeleidt
Hoe spreek je vroedvrouw uit?
/ˈvrudvrɑu/
Vroedvrouw bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| u | boek |
| d | dak |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vroedvrouwen | meervoud |
| vroedvrouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vroedvrouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenvertaling van Frans sage-femme , in de betekenis van ‘verloskundige’ voor het eerst aangetroffen in 1374.
Woordfamilie van vroedvrouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vroedvrouwen | meervoud | vroedvrouw |
| vroedvrouwtje | verkleinwoord | vroedvrouw |
| vroedvrouwtjes | verkleinwoord meervoud | vroedvrouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vroedvrouw zijn vastgelegd.