huisvrouw
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vrouw die thuisblijft om het huishouden te doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisvrouwen | meervoud |
| huisvrouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huisvrouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis en vrouw
Woordfamilie van huisvrouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisvrouwen | meervoud | huisvrouw |
| huisvrouwtje | verkleinwoord | huisvrouw |
| huisvrouwtjes | verkleinwoord meervoud | huisvrouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisvrouw zijn vastgelegd.