vijf
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord /vɛi̯f/Betekenis
- 5, het getal tussen vier en zes
- het cijfer vijf
- dat wat in een (rang)ordening met 5 is aangeduid
- groep van 5 eenheden
Hoe spreek je vijf uit?
/vɛif/
Vijf bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 101 | |
| 5 | |
| V |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands vijf van Oudnederlands fīf / finf, als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Woordfamilie van vijf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vijfjes | meervoud | vijf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vijf zijn vastgelegd.