levensmiddelenbedrijf
zelfstandig naamwoord ˈlevə(n)sˌmɪdələ(n)bəˌdrɛifBetekenis
- onderneming die in voedsel en benodigdheden voor het dagelijks leven handelt
- handel in voedsel en benodigdheden voor het dagelijks leven
Hoe spreek je levensmiddelenbedrijf uit?
/ˈlevənsˌmɪdələnbəˌdrɛif/
Levensmiddelenbedrijf bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| b | bak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levensmiddelenbedrijfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| levensmiddelenbedrijfjes | verkleinwoord, meervoud |
| levensmiddelenbedrijven | meervoud |
Herkomst
samenstelling van levensmiddel zn en bedrijf zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van levensmiddelenbedrijf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levensmiddelenbedrijfje | verkleinwoord | levensmiddelenbedrijf |
| levensmiddelenbedrijfjes | verkleinwoord meervoud | levensmiddelenbedrijf |
| levensmiddelenbedrijven | meervoud | levensmiddelenbedrijf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levensmiddelenbedrijf zijn vastgelegd.